Nieuws

13-08-2019 09:00

Nederland fitnessland: brengen we de gezondheidsomslag alleen tot stand?

Bewegen is niet alleen een gezondheidsmedicijn, het is een cruciaal preventiemiddel voor een hoge kwaliteit van leven. Verder levert sport en bewegen financieel veel op. Het Mulier instituut meldt dat de totale kosten van sport en bewegen 4,4 miljard euro bedragen, terwijl de opbrengsten zijn geraamd op 11,1 miljard euro. Een mooie win-winsituatie dus!

De SROI (Social Return of Investment) van sport en bewegen verschilt per gemeente: die varieert van 1 op 1,60 tot 1 op 3,40. Mensen die sporten en bewegen investeren verhoudingsgewijs het meest van alle betrokken partijen. Er zijn voor deze groep ook veel maatschappelijke opbrengsten zoals hogere levensverwachting, net als voor het bedrijfsleven zoals een hogere productiviteit. Dat bewegen en sport belangrijk zijn, dat is dus inmiddels geen vraagstuk meer.

Hoe en hoeveel we moeten bewegen voor een goede gezondheidsinvloed, is ook al bekend. In 2017 is de nieuwe beweegrichtlijn door de Gezondheidsraad gepubliceerd. Maar hoe komt die richtlijn, de meerwaarde van de toepassing, de nadelen van het niet toepassen en de cruciale kennis om gezonde keuzes hierin te maken, tussen de oren van de consument en professional? Wie heeft hierin een rol en wie de lead? Dat is de vraag waar ik me afgelopen weken op heb gestort met onderstaande stuk als uitkomst.



VWS en RIVM
Het preventiebeleid vindt zijn wettelijke kaders in de Wet Publieke Gezondheid (Wpg). Ook stelt VWS (Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), het hoogste orgaan op gebied van gezondheidsbevordering, elke vier jaar de Landelijke Gezondheidsnota op, waarbij de RIVM Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) en de daaruit voortvloeiende kernboodschappen als input gebruikt wordt. In de landelijke nota gezondheidsbeleid is in 2011 de volgende verklaring opgenomen: 'Een goede gezondheid begint bij jezelf. Mensen maken zelf keuzes vanuit hun eigen mogelijkheden, motieven en belangen. Dat geldt zowel voor leefstijl als voor het gebruik van (zorg)voorzieningen'.

Hiermee draait de aanpak van VWS in 2011 van advies en dwingend naar eigen regie en zelf gezonde keuzes maken. In het beleid van 2016-2019 is vastgehouden aan de doelstellingen van 2011. VWS wil ook, naar eigen zeggen, dat mensen erop kunnen vertrouwen dat de zorg goed, betaalbaar en beschikbaar is en blijft. Om dit te bereiken, maakt het ministerie afspraken met zorgverleners om de zorg dichterbij huis te bieden als het kan en zet VWS in op preventie. Ook heeft VWS een Nationaal Preventie akkoord gepresenteerd, wat samen met zeventig marktpartijen ondertekend is, met als een van de doelen; sport en bewegen te bevorderen om overgewicht te beperken.

Andere speerpunten van het Preventie Akkoord zijn alcoholconsumptie en roken verminderen. VWS is ook opdrachtgever van de Gezondheidsraad voor het opstellen van de beweegrichtlijnen voor de Nederlandse burger. VWS subsidieert het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). Het RIVM zet zich al meer dan honderd jaar in voor een gezonde bevolking in een gezonde leefomgeving. Met een centrale rol in de infectieziektebestrijding en in landelijke preventie- en screeningsprogramma's. Maar ook met onafhankelijk (wetenschappelijk) onderzoek op het vlak van Volksgezondheid, Zorg, Milieu en Veiligheid. Zo ondersteunt het RIVM burgers, professionals en overheden bij de uitdaging onszelf en onze leefomgeving gezond te houden, onder andere het erkennen van interventies en met www.loketgezondleven.nl.

Kennis en subsidie
Op gebied van sport en bewegen heeft VWS Kenniscentrum Sport aangewezen als de kennisdeler en aanjager. Kenniscentrum Sport brengt actueel wetenschappelijk onderzoek over sport en bewegen samen met ervaringen uit de praktijk en deelt deze via tal van manieren, waaronder via de website Allesoversport.nl. Daarnaast ondersteunt en adviseert Kenniscentrum Sport professionals bij hun vraagstukken, keuzes en doelen op het gebied van sport en bewegen, En dan met name binnen de domeinen gemeenten, sport, onderwijs en zorg. De primaire thema's waar KCS zich op richt, en waarvoor teams zijn ingericht, zijn: Fit & Gezond, meedoen door sport, waarde van sport, beter leren bewegen, topsport en veilig sporten. Ook heeft KCS een rol in de bekendmaking van de Gezondheidsraad beweegrichtlijn.

Belangrijke stakeholders in de sport
De landelijke organisaties zoals NL Actief, die de lokale verenigingen en sportclubs ondersteunen, de sportbonden, met overkoepelend NOC*NSF, zijn de aanjagers van sport, maar vaak specifiek voor de eigen sport. Verder heeft elke provincie een eigen visie en hebben eigen doelstellingen op gebied van sport en bewegen en ondersteunen dit met provinciale instanties zoals de provinciale sportraden. Verder hebben de gemeenten de wettelijke verplichting om uitvoering te geven aan het lokale gezondheidsbeleid.

Zo hebben de meeste gemeenten een sportnota (niet wettelijk verplicht) en een gezondheidsnota (wel wettelijk verplicht), waarmee ze invulling en richting geven (en budget) aan preventie en aan beweeg- en sportstimulering (ondersteund door de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) en de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdiensten). Onderdeel van de uitvoering zijn de buurtsportcoaches en bij veel gemeenten een beweegmakelaar. Gedeeltelijk door de gemeente en gedeeltelijk door de overheid betaald. Aangevuld met een bijdrage van de onderwijsinstelling die er gebruik van maakt of de sportclub.

Actuele projecten die door gemeenten op worden aangepakt om de gezondheid te stimuleren van hun inwoners, zijn Gezonde School, Gezonde Kantine, onderdeel van J.O.G.G. (Jongeren op Gezond Gewicht) en Gezond In. De gemeente stelt hiervoor dan voor een aantal uur per week een regisseur aan, medegefinancierd door de provincie en VWS. Lokaal zijn de sportverenigingen en sportcentra, maar tegenwoordig ook de bui-tensportaanbieders, belangrijke aanjagers van sport. Eechter ook hier weer, wel voor de eigen sport.



Wie is de beweegpromotor?
Zoals je leest, richten de meeste genoemde instanties zich op sportstimulering. En dat is ook goed, want een groot percentage van de Nederlanders sport nog te weinig. Een evenveel of nog groter percentage doet nog niet de door de Gezondheidsraad geadviseerde spier- en botversterkende oefeningen. De 150 tot 250 minuten per week bewegen, wordt wel door patiëntverenigingen gemeld op hun website, maar er vindt maar weinig landelijke recreatief bewegen en spiertraining stimuleringscampagnes plaats. Buiten de promotie van de eigen activiteiten van de wandelbond en natuur instanties. Als deze stimuleringsactiviteiten dan plaatsvinden, wordt meestal uitsluitend op het 'wat' gericht. Menselijk gedrag gaat echter niet alleen over ratio.

Veel van onze besluiten komen onbewust tot stand. Daarom is het belangrijk om ook het 'waarom' te begrijpen. Onvoldoende mensen begrijpen het belang van bewegen en spor-ten (Health Literacy). Daardoor ontbreekt het veel mensen aan intrinsieke motivatie. Dus wie is nu eigenlijk de beweegaanjager en de brenger van kennis en inzicht over het 'waarom'? We kunnen stellen dat we dat allemaal zijn, alle genoemde partijen, maar als niemand daar de regie in neemt, dan gebeurt er dus eigenlijk te weinig.

Wat we nodig hebben?
Ik ben ervan overtuigd dat, om een positieve trendbreuk te creëren, van inactiviteit naar een actiever Nederland, alle partijen de handen in elkaar moeten steken, onder regie van één partij of commissie. Wellicht een mooie taak voor Kenniscentrum Sport in samenwerking met NL Actief. Stel je voor, twee nationale campagnes per jaar, voor professionals en voor consumenten, afgesteld op de doelstellingen van VWS en RIVM, geïnitieerd door Kenniscentrum Sport en NL Actief, ondersteund door sportcentra, personal trainers, bootcamp clubs, boutique clubs, maar ook door NOC*NSF, patiënt verenigingen, supermarkten, gemeenten, praktijk ondersteuners en leerkrachten.

Samen werken aan inactiviteit bestrijding en gezondheidsbevordering, met als eerste focus, een extra blokje om per dag. De impact kan de komende generaties doorklinken, mist veel maatschappelijke partijen inhaken.

De bronnen voor dit artikel zijn op te vragen via j.vanheel@efaa.nl
 



John van Heel, EFAA 
j.vanheel@efaa.nl - 06-53623485




Informatie over de auteur

John van Heel | Directeur | 04995-533229 | email
Uw naam
Uw email
Uw bericht
 
EFAA | bekijk uitgebreid bedrijfsprofiel
Houtstraat 14
6001 SJ
Weert
Nederland